dinsdag 9 april 2013

Vulkaan in een theeglas

Veel vulkaanmodellen maken gebruik van een chemische reaktie voor de uitbarsting. In het echt werkt het anders:
Door de warmte van het binnenste van de aarde geeft extra energie aan de moleculen van de gesmolten steen. Die energie wordt omgezet in beweging en al die bewegende deeltjes, de moleculen, gaan steeds sneller bewegen. Die snel bewegende moleculen botsen steeds harder tegen elkaar en tegen de niet-gesmolten steenlaag, waardoor ze op het zwakste punt door die laag heen kunnen breken.
tekening van vulkanisme.nl
Met het experiment hieronder kun je precies zien hoe het werkt, want de reaktie is hetzelfde.

Dit heb je nodig:

  • theeglas
  • water
  • zand
  • was (niet uit de wasmand, maar van een kaars)
  • warmtebron (gloeilamp, kaarsvlam, warmteplaatje)
  • volwassen assistent
Dit moet je doen:
Stap 1: Laat je volwassen assistent een kaars smelten in het theeglas, zodat je onderin een laag was van een centimeter hebt. De was moet afkoelen en stollen voordat je verder gaat met de volgende stap.
Stap 2: Giet zand in het glas, zodat er een flinke laag op de was ligt. Giet dan water in het glas tot ongeveer twee centimeter onder de rand.
Stap 3: Houd het glas boven een warmtebron, zoals een kaarsvlam (gevaarlijk!) of een gloeilamp (veiliger).

Dit gebeurt er:

Door de warmte zal de was gaan smelten. Als de was warm wordt, wil de gesmolten was drijven op het water, maar het wordt tegengehouden door het zand. Net zoals lava wordt tegengehouden door de aarde erboven, kan het er alleen uit als er een zwakke plek is. Op de zwakste plek zal je 'lava' door het zand heen breken. Net als bij een echte vulkaan wordt eerst de grond omhoog geduwd, dan spuit de lava eruit en bovenin het water (de 'lucht') vormt zich een laag was. In het echt is er een rookwolk die zich op grote hoogte verspreid door de atmosfeer.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen