vrijdag 7 december 2012

Waarom plakt een sneeuwbal?

Sneeuw is cool. Je kunt er sneeuwballen, sneeuwpoppen, sneeuwkastelen, sneeuwbergen, iglo's en nog veel meer mee maken. Maar dan moet die sneeuw wel plakken!

Pippi Langkous kan pas grote sneeuwballen maken!
Waarom plakt sommige sneeuw wel en andere niet?
De Britse natuurkundige Michael Faraday onderzocht het toen hij 68 jaar was. Wetenschappers zijn namelijk nooit te oud om te spelen! Sommige wetenschappers dachten dat het kwam door het knijpen in de sneeuw. Daardoor zou de druk zo hoog worden dat sommige sneeuwkristallen veranderen in druppels, die meteen weer aanvriezen. Faraday bewees dat dat niet klopt door twee ijsklontjes zonder druk tegen elkaar aan te leggen in water. Ze vroren meteen vast, wat bewees dat er geen druk nodig is.
Als slimme natuurkundige kon hij ook uitleggen dat een ijsklontje in koud water niet groter wordt - er vriest geen water aan vast. Dat komt omdat het ijsklontje en het water energie uitwisselen. Er kan alleen maar meer water bevriezen als de temperatuur flink naar beneden gaat en dat gebeurt niet in een sneeuwbal.

Hoe werkt het dan wel?
Volgens Faraday gaat het om cohesie. Dat is de kracht waarmee moleculen van een vaste stof of een vloeistof aan elkaar willen 'plakken'. Volgens een andere wetenschapper, Thompson, moet het toch echt wel met druk te maken hebben. Wetenschappers hebben nu uitgevonden dat het te maken heeft met 'sintering'. Dat heeft niets te maken met Sinterklaas, maar wel met kristallen die samen grotere kristallen vormen. Sintering wordt ook gebruikt om de anti-aanbaklaag in pannen te maken. Door een hoge temperatuur worden kristallen met elkaar verbonden. In een sneeuwbal betekent het dat je door cohesie zorgt dat het water wil blijven plakken en door de druk worden de kristallen gesinterd.
tadaa, plaksneeuw!
Iedere keer dat je een sneeuwbal maakt, voer je dus een heel ingewikkeld proces uit. Je kunt er achter komen of er goede sneeuw ligt, door er op te gaan staan. Goede sneeuw knerpt namelijk. Dat is het geluid van sneeuw: knerpen. Wetenschappers kunnen zelfs de temperatuur horen van sneeuw aan het geknerp. Een temperatuur van 0°C tot -5°C is het beste. De sneeuw knerpt dan lekker dof.

Soms zorgt de natuur helemaal zelf voor sneeuwbouwsels. Dan moet alles precies kloppen: de temperatuur, de ondergrond, de soort sneeuw en de wind moeten allemaal goed zijn. Alleen dan kan er zoiets ontstaan als een sneeuwroller.

Deze donuts van sneeuw worden door de wind weggeblazen. Doordat de eerste rol dun is en aan de binnenkant komt te zitten, wordt die sneeuw er ook snel uitgeblazen.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen