woensdag 2 mei 2012

Experiment: Hoeveel muntjes passen er in een glas water?

Dit is een leuk experiment omdat je de uitkomst misschien niet verwacht. Je kunt verschillende soorten munten testen, of misschien zelfs andere voorwerpen!

Dit heb je nodig:
- een glas
- water
- munten (10 tot 20, afhankelijk van de grootte)

Dit moet je doen:
Stap 1:
Vul het glas helemaal met water. Vul het glas zover dat het water een beetje bol boven het glas uitkomt.

Stap 2:
Vorm een hypothese. Dat betekent dat je een wetenschappelijke gok doet naar de uitkomst: Hoeveel muntjes denk je dat er in het glas kunnen voordat het water overloopt? Eén? Vijf? Twintig? Schrijf maar op wat jij denkt.

Stap 3:
Doe één voor één de muntjes in het water door ze voorzichtig met de rand in het water te laten zakken en dan te laten vallen. Op deze manier wordt het water nauwelijks verstoord en lukt het het beste.

Dit gebeurt er:
Water heeft 'oppervlaktespanning'. Dat betekent dat de watermoleculen elkaar vasthouden aan het oppervlak, waardoor er een soort velletje ontstaat.

De oppervlaktespanning (het velletje) zorgt ervoor dat het water boven het glas kan uitkomen, zonder dat het overstroomt. Bijna alsof je heel langzaam een ballon opblaast. Een ballon gemaakt van water èn gevuld met water. Als je een muntje in het water laat zakken, houdt de oppervlaktespanning alles bij elkaar. Maar als je het muntje er te hard in laat vallen, plonst het water weg, omdat het 'velletje' breekt.

Hoe kan dat?
Watermoleculen willen graag aan elkaar blijven zitten, maar zitten ook graag aan andere dingen. De krachten waardoor dat gebeurt, noemen we adhesie en cohesie.
-Adhesie betekent dat het graag aan andere dingen blijft 'plakken'. Door adhesie kun je bijvoorbeeld 'watersturen', net als Avatar! Onder de douche kun je water over je arm laten stromen en met je vingers mikken waar het naartoe stroomt. De watermoleculen blijven zo lang mogelijk aan je arm plakken, totdat ze aan het uiteinde zijn, waar de druppels eraf glijden.
-Cohesie betekent dat watermoleculen graag aan elkaar blijven 'plakken'. Daardoor vormt water druppels en ontstaat er oppervlaktespanning. Door oppervlaktespanning kunnen sommige insecten over water 'lopen'!

Als het glas nog niet helemaal vol is met water, zie je de rand van het water tegen het glas omhoog kruipen. Dit zie je het beste in een smal glas. Dat komt door de adhesie van het water tegen het glas. Helemaal aan de bovenkant wil het water nog steeds aan het glas plakken, maar als het glas te vol is, wordt het bij elkaar gehouden door cohesie.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen