maandag 17 december 2012

Je eigen winterse kerstballen!

Hebben jullie de kerstboom opgezet? Duizenden gezinnen zetten ieder jaar een kerstboom zodra Sinterklaas weer naar Spanje vertrokken is. De traditie van een versierde boom is al heel oud en heeft er mee te maken dat de boom groen blijft tijdens de winter. Als alle bomen hun bladeren verliezen, houden naaldbomen hun groene kleur en dat gaf mensen heel lang geleden de hoop dat ooit de zon weer terug zou komen.
geen dennebomen, maar sparren!

De eerste kerstbomen werden in Tsjechië gebruikt door de adel. Zij versierden de takken van naaldbomen met slingers en snoep en hingen die in de luchters aan het plafond. Later hingen ze zelfs hele bomen aan het plafond! Daarna werd het gebruik overgenomen door adel in Frankrijk en al snel was het populair door heel Europa. Omdat niet iedereen een plafond heeft dat hoog genoeg is om een boom aan te hangen, zetten de meeste mensen hem gewoon op de grond.

Kerstballen stammen af van 'heksenbollen'. Dat zijn glanzende bollen van glas, die de duistere magische krachten van heksen zouden weerkaatsen. Tegenwoordig zijn ze vooral mooi als versiering van een kerstboom vol met lichtjes, want dan spiegelen ze zo mooi.

Hieronder lees je hoe je je eigen kerstballen kunt maken!
Dit heb je nodig:

  • ballonnen (waterballonnen, als je ze over hebt van de zomer)
  • water
  • verschillende kleurstoffen
Dit moet je doen:
Stap 1: 
Doe een paar druppels kleurstof in iedere ballon die je gaat vullen. Vul de ballon nu verder met water en maak hem goed dicht.
Stap 2: Leg je ballonnen de hele nacht in de vriezer of, als het vriest, gewoon buiten in de tuin. De volgende dag knip je de ballon open en is je kerstbal klaar!

maandag 10 december 2012

De magisch vliegende kerstbal?

Natuurlijk bestaat magie niet en kan een kerstbal niet uit zichzelf vliegen. Maar, met dit experiment kun je een balletje van tinsel laten zweven! Tinsel is dat dunne spul van zilveren sliertjes waarmee je de kerstboom kunt versieren. Het is gemaakt van mylar

Het is in heel veel kleuren verkrijgbaar, maar de zilveren zijn het best geschikt voor dit experiment. Hoe dunner de sliertjes zijn, hoe beter.

Dit heb je nodig:

  • vier sliertjes tinsel
  • een pvc-buis of ballon
  • een trui of je haar
Dit moet je doen:
met dank aan Science Bob
Stap 1: Leg de vier sliertjes naast elkaar en leg een knoop aan allebei de uiteinden. Je kunt ook experimenteren met meer of minder sliertjes
Stap 2: Wrijf met de opgeblazen ballon of de pvc-buis over je trui of je haar. Terwijl je die in je ene hand houdt, laat je met je andere hand je tinsel erop vallen.

Zo werkt het:
Door met de buis of ballon over je haar te wrijven, geef je het een statische lading. Die lading is negatief en wordt aangetrokken door een positieve lading, net als een magneet. Je tinsel is eerst neutraal, maar neemt meteen de lading over als het de buis of ballon raakt. Omdat alles dezelfde lading heeft, stoot het elkaar af. Net als magneten dus. De tinseldraadjes stoten elkaar ook af, net als je haren wanneer je een Van de Graaff-generator aanraakt! Je merkt dat de tinsel aangetrokken wordt door andere voorwerpen, zoals lampen, muren, meubels en mensen om je heen. Zodra het zo'n voorwerp raakt, verliest het zijn lading en blijft het plakken of valt naar de grond. Probeer maar eens uit wat het effect is van verschillende truien, ballonnen, dikkere of dunnere buizen en meer of minder sliertjes.
Prof. Silly Brilly staat op het punt deze jonge dame te 'ontladen'

vrijdag 7 december 2012

Waarom plakt een sneeuwbal?

Sneeuw is cool. Je kunt er sneeuwballen, sneeuwpoppen, sneeuwkastelen, sneeuwbergen, iglo's en nog veel meer mee maken. Maar dan moet die sneeuw wel plakken!

Pippi Langkous kan pas grote sneeuwballen maken!
Waarom plakt sommige sneeuw wel en andere niet?
De Britse natuurkundige Michael Faraday onderzocht het toen hij 68 jaar was. Wetenschappers zijn namelijk nooit te oud om te spelen! Sommige wetenschappers dachten dat het kwam door het knijpen in de sneeuw. Daardoor zou de druk zo hoog worden dat sommige sneeuwkristallen veranderen in druppels, die meteen weer aanvriezen. Faraday bewees dat dat niet klopt door twee ijsklontjes zonder druk tegen elkaar aan te leggen in water. Ze vroren meteen vast, wat bewees dat er geen druk nodig is.
Als slimme natuurkundige kon hij ook uitleggen dat een ijsklontje in koud water niet groter wordt - er vriest geen water aan vast. Dat komt omdat het ijsklontje en het water energie uitwisselen. Er kan alleen maar meer water bevriezen als de temperatuur flink naar beneden gaat en dat gebeurt niet in een sneeuwbal.

Hoe werkt het dan wel?
Volgens Faraday gaat het om cohesie. Dat is de kracht waarmee moleculen van een vaste stof of een vloeistof aan elkaar willen 'plakken'. Volgens een andere wetenschapper, Thompson, moet het toch echt wel met druk te maken hebben. Wetenschappers hebben nu uitgevonden dat het te maken heeft met 'sintering'. Dat heeft niets te maken met Sinterklaas, maar wel met kristallen die samen grotere kristallen vormen. Sintering wordt ook gebruikt om de anti-aanbaklaag in pannen te maken. Door een hoge temperatuur worden kristallen met elkaar verbonden. In een sneeuwbal betekent het dat je door cohesie zorgt dat het water wil blijven plakken en door de druk worden de kristallen gesinterd.
tadaa, plaksneeuw!
Iedere keer dat je een sneeuwbal maakt, voer je dus een heel ingewikkeld proces uit. Je kunt er achter komen of er goede sneeuw ligt, door er op te gaan staan. Goede sneeuw knerpt namelijk. Dat is het geluid van sneeuw: knerpen. Wetenschappers kunnen zelfs de temperatuur horen van sneeuw aan het geknerp. Een temperatuur van 0°C tot -5°C is het beste. De sneeuw knerpt dan lekker dof.

Soms zorgt de natuur helemaal zelf voor sneeuwbouwsels. Dan moet alles precies kloppen: de temperatuur, de ondergrond, de soort sneeuw en de wind moeten allemaal goed zijn. Alleen dan kan er zoiets ontstaan als een sneeuwroller.

Deze donuts van sneeuw worden door de wind weggeblazen. Doordat de eerste rol dun is en aan de binnenkant komt te zitten, wordt die sneeuw er ook snel uitgeblazen.


maandag 3 december 2012

Poep!

Kijk jij wel eens naar je eigen poep voordat je hem wegspoelt? Je kunt een 'hoop' over jezelf leren door naar je drol te kijken. Het is bijna alsof een drol je gezondheid weerspiegelt...
Als je drol meteen in het water valt, kun je er niet veel aan zien. Alleen of hij blijft drijven of meteen zinkt. Als je drol blijft drijven, kunnen er twee dingen aan de hand zijn:

  1. Je hebt te veel vet gegeten. Vet drijft op water en daarom wil je drol niet zinken.
  2. Je drol is gaan gisten. Allerlei bacteriën in je darmen hebben flink gesnoept van het lekkers in je poep en produceren gas. Je drol is dan lekker schuimig en zit vol gas, waardoor hij blijft drijven.
Normale poep hoort te zinken, want het meeste van ons eten zinkt ook in water. 

Er zijn heel veel verschillende soorten poep. Biologen kunnen aan de soort poep zien door welk dier het is achtergelaten en wat dat dier gegeten heeft. Bij mensen kan een dokter ook allerlei rare dingen aan je poep zien, bijvoorbeeld aan de kleur:
  • zwart: er zit extra ijzer in je poep. Dat kan zijn van bloed of ijzerpillen.
  • wit: te weinig gal in je poep. Gal helpt bij het verteren van vet en geeft een donkerbruine kleur.
  • grijs: te weinig gal en veel gisting (door bacteriën)
  • groen: te veel gal en te lang gewacht met poepen. Of je hebt lekker veel spinazie gegeten natuurlijk!
  • geel: veel afvalstoffen van je lever. Dat kan gebeuren als je veel alcohol drinkt.
  • rood: er zit bloed in je poep. Dat kan door een wondje in je darm of door een kapotte aambei komen.
  • witte puntjes: dat kunnen wormpjes zijn. Die komen via besmet eten je lichaam binnen.
De meeste mensen hoeven maar één keer per dag te poepen. Sommige mensen doen het twee keer. Je eten doet er ongeveer twee tot drie dagen over om van mond tot kont te gaan. Vaak poepen kinderen wat vaker dan volwassenen.

Een gezonde drol is één grote bruine worst, die maar een beetje stinkt en niet blijft drijven. Om aan te geven welke soorten poep er zijn, kunnen artsen op deze kaart kijken.
Type 4 is een normale drol. Boven type 4 staan de harde drollen en naar onder toe wordt het steeds natter...

De hardste poep is poep van dinosaurussen. Die is namelijk versteend! Zo'n versteende drol heet een coproliet. Er is ooit een coproliet gevonden van een oermens. Daarin hebben wetenschappers ontdekt dat de maker een kannibaal was...

Experiment: maak een eetbare drol!

Dit heb je nodig:
  • ontbijtkoek
  • pindakaas
  • chocoladepasta
  • stroop
  • grote mengkom
  • spatel
  • handschoenen
Dit moet je doen:
Stap 1:
Doe de handschoenen aan. Verkruimel een paar dikke plakken ontbijtkoek in de mengkom. Kneed er een paar lepels pindakaas doorheen om het lekker plakkerig te maken. Als je pindakaas met stukjes noot gebruikt, ziet je drol er extra smerig uit...
Stap 2:
Voor de kleur en extra plakkerigheid kun je er chocoladepasta en stroop bij doen. Kneed alles door elkaar in de vorm van een flinke drol. Als je poep te zacht is, doe je er nog wat stukken ontbijtkoek bij.
Stap 3:
Presenteer je drol op een bordje aan je ouders, familie of een goede vriend(in). Als ze niet durven, kun je er altijd zelf nog een hap van nemen! Ook leuk voor een smerige surprise.

PS, de wetenschappelijke naam voor het eten van poep is 'coprofagie'. Iiieeuuwww....

maandag 26 november 2012

Goedkope speakerstandaard voor je telefoon!

Heb jij zo'n nieuwerwetse telefoon die ook muziek en filmpjes kan afspelen? Dan heb je vast wel gemerkt dat je niet altijd goed geluid hebt. Als je een filmpje aan iemand anders wil laten zien, moet je je telefoon ook de hele tijd vasthouden...

Je hoeft geen dure speakerset te kopen of een standaard voor je telefoon. Je kunt het zelf bouwen!

Dit heb je nodig:

  • je telefoon (kan ook met je mp3-speler, iPod, enz.)
  • een grote kom (mengkom, soepbord) of flinke papieren beker, bijvoorbeeld van een medium milkshake
  • een schaar
  • plakband
Dit moet je doen als je een kom gebruikt:
Selecteer je favoriete muziek of filmpje op je toestel. Leg je toestel met de speakerkant in de kom. Hoor je verschil met de muziek zonder kom?



Dit moet je doen als je een beker gebruikt:
Knip de onderkant van de beker eraf. Zorg dat je er niet teveel vanaf haalt. Druk de beker plat en houd je duim langs de afgeknipte rand. Knip nu van je duim (niet je duim eraf knippen!) naar het hoekje aan de andere kant. Je hebt nu een mooie schuine rand geknipt. Maak je apparaat met plakband vast aan de beker en zet je muziek aan. Je hebt nu een draagbare versterker-standaard gemaakt!



Zo werkt het:
Je hebt vast gemerkt dat het geluid harder klinkt als je het toestel in de kom legt, of de afgeknipte beker gebruikt. Dat komt doordat geluid als een golf beweegt. Een golf die tegen de lucht duwt. Door de kom wordt het geluid weer teruggekaatst naar de opening van de kom - naar jou dus! De beker werkt hetzelfde als een trompet of megafoon. Die toeter geeft de geluidsgolven meer kracht voordat ze er uit komen. 

maandag 12 november 2012

Eet jij scheten? Experiment: gas uit gist

Je hebt vast geleerd dat scheten vies zijn. Misschien weet je zelfs dat het gas van de scheten gemaakt wordt door bacteriën en gisten in je darmen. Bacteriën en gisten zijn ééncellige organismen die allerlei stofjes kunnen omzetten. Ze veranderen bijvoorbeeld zetmeel in suiker en daarbij maken ze ook gas. Soms is dat handig. Als je een brood gaat bakken, bijvoorbeeld. Je gaat natuurlijk geen scheten laten in het deeg, maar gistcellen doen dat wel. Gistcellen zijn groter dan bacteriën en worden gebruikt om brood luchtig te maken.

Op deze link lees je hoe je zelf een brood kunt bakken: HOE BAK IK EEN BROOD?

Er staat ook in het recept dat je gist moet toevoegen. Daar kun je een experimentje mee doen, om te zien hoe goed het werkt.

Dit heb je nodig:
  • warm water
  • een glas
  • twee theelepels gist (vers van de bakker)
  • twee theelepels suiker
Dit moet je doen:
Vul het glas voor de helft met warm water en roer de suiker en de gist goed door elkaar. De gistcellen kunnen dan goed bij de suiker-moleculen en zullen die gaan 'opeten'.


Dit gebeurt er:
De gistcellen eten de suiker op en er treedt een chemische reactie op. Daarbij wordt suiker veranderd in alcohol (ethanol) en CO2 (koolstofdioxide, koolzuurgas). Eerst lost het gas op in het water, maar als er teveel van is, vormt het belletjes. Die belletjes blijven vastzitten in de gluten (eiwitten van het graan) en vormen op die manier een soort schuim. Met één gram suiker kun je ongeveer een limonadeglas vullen met gas...

maandag 5 november 2012

Experiment: Bedrieg je zintuigen!

Vaak zeggen mensen dat ze iets pas geloven als ze het zelf zien. Maar dat betekent niet dat alles wat je ziet, echt is! Probeer maar eens naar het begin van een regenboog te lopen...
Met de volgende experimentjes laat je zien dat je behalve je ogen ook je gevoel, je oren, je neus en je mond niet altijd moet vertrouwen.

Experiment 1: je ogen
Dit heb je nodig:
- groot drinkglas
- water
- potlood

Dit moet je doen:
Vul het glas voor de helft met water en zet het potlood erin. Kijk van verschillende kanten naar het potlood. Ziet het er altijd hetzelfde uit?


Experiment 2: je gevoel
Dit heb je nodig:
- passer, punttang of twee scherpe potloden
- een proefpersoon
- een blinddoek
niet te hard prikken!
Dit moet je doen:
Stap 1: 
Doe de blinddoek om bij je proefpersoon en controleer of deze goed zit. Laat de proefpersoon zijn hand op tafel leggen, met de handpalm omhoog. Je gaat zachtjes in zijn vingers en hand prikken: soms met de punten dicht bij elkaar, soms wat verder uit elkaar en telkens op een andere plek. Vraag aan je proefpersoon of je prikt met twee of met één punt. Heeft je proefpersoon het altijd goed?
Stap 2:
Je proefpersoon mag de blinddoek afdoen, maar je gaat nu prikken in zijn of haar blote rug. Net als op de hand prik je telkens met twee punten, soms dicht bij elkaar, soms verder uit elkaar, maar telkens op een andere plek. Kan je proefpersoon het nog steeds even goed raden?

Experiment 3: je mond en neus
Dit heb je nodig:
- verschillende soorten limonade (zonder prik)
- appelsap
- melk
- water
- een proefpersoon
- een blinddoek


Dit moet je doen:
Doe de blinddoek om bij je proefpersoon en controleer of deze goed zit. Laat de proefpersoon zijn neus dichtknijpen zo lang het experiment duurt. Laat de proefpersoon proeven van alle drankjes en raden wat het is. Kan je proefpersoon alles raden?

Experiment 4: je oren
Dit heb je nodig:
- een proefpersoon
- een kookwekker

Dit moet je doen:
Je proefpersoon gaat de kookwekker zoeken met één vinger in zijn oor.
Laat de proefpersoon buiten de kamer wachten en zoek een goede verstopplek voor de kookwekker. Zet de kookwekker op drie minuten en zorg dat je proefpersoon hem niet meteen kan zien. Laat je proefpersoon één vinger in een oor steken voordat hij binnenkomt. Kan hij de kookwekker vinden voordat die af gaat?


De uitleg:
1: Licht gaat net iets langzamer door water en glas dan door lucht. Daardoor komt het er niet helemaal recht uit en lijkt het alsof het potlood gebroken is door het water en dikker door het bolle glas. Je kunt je ogen dus niet altijd vertrouwen!
2: Je voelt aanraking op je huid doordat zenuwen signalen aan je hersenen sturen. In je vingertoppen zitten meer zenuw-uiteinden bij elkaar dan in je handpalm en op je rug zitten ze soms wel vier centimeter uit elkaar! Daarom denkt je proefpersoon soms dat je maar met één punt prikt. Je kunt je gevoel dus niet altijd vertrouwen!
3: De smaakpapillen op je tong vertellen je hersenen alleen de smaken zoet, zuur, zout en bitter (wetenschappers hebben inmiddels ook papillen gevonden voor de smaken 'hartig' en 'metaal-achtig'!), de aroma's die een smaak compleet maken, komen vooral binnen door je neus. Als je die niet gebruikt, proef je dus veel minder. Je kunt zelfs je smaak niet vertrouwen!
4: Met twee oren hoor je in 'stereo' (van twee kanten). Je hersenen krijgen dan genoeg signalen binnen om te bepalen waar een geluid vandaan komt. Met één oor krijgen je hersenen te weinig informatie. Daarom kan een proefpersoon vlak bij een kookwekker staan en toch in de verkeerde richting zoeken. Je gelooft je oren niet!