Posts tonen met het label sneeuw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sneeuw. Alle posts tonen

maandag 11 maart 2013

Sneeuwlolly's maken!

Het sneeuwt deze week weer! Misschien vind je sneeuw helemaal niet leuk, omdat je iedere dag op de fiets naar school gaat. Je vindt het vast leuker als je weet hoe sneeuw ontstaat en wat je kunt met die kennis.

Sneeuw ontstaat doordat het water in wolken supergekoeld wordt. Het is dan zó koud, dat het eigenlijk bevroren zou moeten zijn. Het heeft alleen nog geen prikkel gehad om te bevriezen. Middenin een sneeuwkristal zit meestal een stofje of een bacterie. Daar omheen is het kristal gegroeid.

Je kunt je eigen kristallen lolly maken!

Dit heb je nodig:

  • water
  • suiker
  • pannetje
  • lang glas of potje
  • stokje (satéprikker, breinaald, etc.)
  • knijper
  • volwassene
Dit moet je doen:
Stap 1: Vul het glas met water. Vraag aan een volwassene of deze het water in een pannetje wil verwarmen.
Stap 2: Terwijl het water verwarmd wordt, kun je alvast de knijper op het stokje vastzetten. Met de knijper erop kun je je stokje in het glas hangen, zodat het de randen of de bodem niet raakt. Als je die goed hebt afgesteld, leg je het even opzij.
Stap 3: Als het water kookt, doe je een paar eetlepels suiker in de pan. Je moet goed roeren tot alle suiker is opgelost. Herhaal deze stap tot de suiker niet meer oplost. Op dit punt kun je ook kleurstof toevoegen als je wilt.
Stap 4: Laat je suikeroplossing minstens 20 minuten afkoelen.
(TIP: je kunt je stokje alvast één keer in de oplossing dippen en door suiker rollen. Zorg wel dat alle suikerkorreltjes goed vastplakken)
Stap 5: Laat je volwassen assistent de oplossing voorzichtig gieten in het schone glas.
Stap 6: Hang je stokje met de knijper in de oplossing en laat dit rustig staan. Het kan een paar dagen duren voordat je lolly is gegroeid!


Zo werkt het:
Je hebt het warme water verzadigd met suiker. Als het afkoelt, heb je een superverzadigde oplossing: In warm water kun je meer suiker oplossen dan in koud water, dus als het afkoelt gaan de suikermoleculen weer kristallen vormen. Net als sneeuw lukt dat het beste rondom een 'zaadje'. Je stokje is het zaadje voor de kristallen. Vaak werkt een kristal of een vuiltje heel goed als zaadje. Daarom moet je glas schoon zijn en mogen er geen suikerkorreltjes van je stokje vallen. Als je een gekleurde lolly wil maken, kun je er voedselkleurstof aan toevoegen. Je kunt het ook met andere (niet eetbare) kristallen proberen, zoals aluin.

vrijdag 7 december 2012

Waarom plakt een sneeuwbal?

Sneeuw is cool. Je kunt er sneeuwballen, sneeuwpoppen, sneeuwkastelen, sneeuwbergen, iglo's en nog veel meer mee maken. Maar dan moet die sneeuw wel plakken!

Pippi Langkous kan pas grote sneeuwballen maken!
Waarom plakt sommige sneeuw wel en andere niet?
De Britse natuurkundige Michael Faraday onderzocht het toen hij 68 jaar was. Wetenschappers zijn namelijk nooit te oud om te spelen! Sommige wetenschappers dachten dat het kwam door het knijpen in de sneeuw. Daardoor zou de druk zo hoog worden dat sommige sneeuwkristallen veranderen in druppels, die meteen weer aanvriezen. Faraday bewees dat dat niet klopt door twee ijsklontjes zonder druk tegen elkaar aan te leggen in water. Ze vroren meteen vast, wat bewees dat er geen druk nodig is.
Als slimme natuurkundige kon hij ook uitleggen dat een ijsklontje in koud water niet groter wordt - er vriest geen water aan vast. Dat komt omdat het ijsklontje en het water energie uitwisselen. Er kan alleen maar meer water bevriezen als de temperatuur flink naar beneden gaat en dat gebeurt niet in een sneeuwbal.

Hoe werkt het dan wel?
Volgens Faraday gaat het om cohesie. Dat is de kracht waarmee moleculen van een vaste stof of een vloeistof aan elkaar willen 'plakken'. Volgens een andere wetenschapper, Thompson, moet het toch echt wel met druk te maken hebben. Wetenschappers hebben nu uitgevonden dat het te maken heeft met 'sintering'. Dat heeft niets te maken met Sinterklaas, maar wel met kristallen die samen grotere kristallen vormen. Sintering wordt ook gebruikt om de anti-aanbaklaag in pannen te maken. Door een hoge temperatuur worden kristallen met elkaar verbonden. In een sneeuwbal betekent het dat je door cohesie zorgt dat het water wil blijven plakken en door de druk worden de kristallen gesinterd.
tadaa, plaksneeuw!
Iedere keer dat je een sneeuwbal maakt, voer je dus een heel ingewikkeld proces uit. Je kunt er achter komen of er goede sneeuw ligt, door er op te gaan staan. Goede sneeuw knerpt namelijk. Dat is het geluid van sneeuw: knerpen. Wetenschappers kunnen zelfs de temperatuur horen van sneeuw aan het geknerp. Een temperatuur van 0°C tot -5°C is het beste. De sneeuw knerpt dan lekker dof.

Soms zorgt de natuur helemaal zelf voor sneeuwbouwsels. Dan moet alles precies kloppen: de temperatuur, de ondergrond, de soort sneeuw en de wind moeten allemaal goed zijn. Alleen dan kan er zoiets ontstaan als een sneeuwroller.

Deze donuts van sneeuw worden door de wind weggeblazen. Doordat de eerste rol dun is en aan de binnenkant komt te zitten, wordt die sneeuw er ook snel uitgeblazen.