Posts tonen met het label kleurstof. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kleurstof. Alle posts tonen

maandag 22 september 2014

Hoe drinkt een bloem?



Water stroomt naar het laagste punt. Toch? Rivieren stromen niet bergop, maar bergafwaarts. Als je je een gieter schuin houdt, floept het water niet omhoog. Hoe komt het water dan van de grond in een plant? Hoe stroomt het water omhoog in een bloem of in een boom?

Water is bijzonder omdat veel stoffen erin oplossen. Een oplossing is een mengsel van een oplosmiddel zoals water, met een andere stof, zoals suiker. In de grond zitten veel voedingsstoffen voor planten. Het is dus belangrijk dat die stoffen niet alleen in de wortels, maar ook bovenin de plant kunnen komen.

De meeste dieren hebben een hart, dat bloed rondpompt. Het bloed is eigenlijk water, met allerlei stoffen erin. Als je hart stopt, stroomt je bloed niet meer. De voedingsstoffen komen dan niet meer overal in je lichaam en dat zou niet goed zijn!
Planten hebben geen hart dat sap rondpompt. Dus we gaan onderzoeken hoe de stoffen in het water toch helemaal van de wortels in de bloem kunnen komen.

Voor je onderzoek bedenk je een hypothese. Een hypothese is een wetenschappelijk idee, dat je gaat testen met een experiment. Voor dit onderzoek stellen we twee hypotheses:
1. Het water wordt door het steeltje omhoog geduwd
2. Het water verdampt in de bloem, waardoor het omhoog gezogen wordt

1.2.

Dit heb je nodig:
  • drie witte bloemen
  • drie drinkglazen
  • schaar
  • kleurstof
  • water
Dit moet je doen:
Stap 1:
Doe in alle glazen evenveel water en evenveel druppels kleurstof. Knip de bloemsteeltjes schuin af, zodat ze alle drie even lang zijn en zet in ieder glas een bloem.

Stap 2:
Om te testen of het steeltje het water omhoog duwt, knip je de bloem eraf. Zet het glas met het steeltje op een veilige plek.

Stap 3:
Om te testen of het water door verdamping omhoog gaat, zet je één glas op een warme plek. Bijvoorbeeld voor het raam. Het derde glas zet je op een donkere plek. Bijvoorbeeld in een kast.

Stap 4:
Kijk een paar keer per dag of je al kleurstof in de bloem of bovenop het steeltje ziet verschijnen. Zie je kleurstof in de bloem op de warme plek, maar niet in de bloem op de koude plek? Dan betekent dat dat het water omhoog gezogen wordt door verdamping. Water verdampt namelijk bijna niet als het koud is en daarom groeien planten niet of heel langzaam in de winter. Zie je kleurstof bovenop het steeltje? Dan is er een kracht die het water omhoog duwt in de kleine kanaaltjes van de steel.

We horen graag van je hoe jouw experiment is gegaan. Stuur ons je foto's en/of je verslag om kans te maken op een Mad Science goodybag!

maandag 22 april 2013

Experiment: Superproever

Vind jij alles lekker? Vast niet. Maar er zijn mensen die maar heel weinig dingen lusten. Misschien zijn ze wel zo kieskeurig omdat het superproevers zijn!

Je proeft dingen met je tong. Op je tong zitten kleine bobbeltjes die smaakpapillen heten en daarmee proef je. Als je er heel veel hebt, proef je alle smaken heel heftig. Vind jij broccoli heel vies? Of vind je grapefruit extreem bitter? Dan ben je misschien een superproever. Doe de test om erachter te komen.

Dit heb je nodig:

  • vrijwilligers (hoe meer hoe beter)
  • schoon bakpapier
  • schaar
  • perforator
  • blauwe voedselkleurstof
  • één glas schoon water per vrijwilliger
  • felle lamp of zaklamp
  • vergrootglas
  • pen en papier of een andere manier om notities te maken

Dit moet je doen:
Stap 1: Maak voor iedere vrijwilliger (en jezelf) een ringetje van bakpapier. Maak met de perforator een gaatje in het bakpapier en knip daaromheen een rondje uit. Dan heb je een ringetje van papier. Maak die voor alle vrijwilligers één.
Stap 2: Doe bij je vrijwilliger één druppel kleurstof op het puntje van de tong. Laat ze even goed spoelen met een slokje water en laat ze het water uitspugen.
Stap 3: Je vrijwilliger moet z'n tong goed droog maken. Dat gaat het best door een paar keer te slikken. Als het goed is, heeft je vrijwilliger nu een droge, blauwe tong met lichtblauwe of roze bultjes erop. Die bultjes zijn de smaakpapillen!
Stap 4: Leg je papieren ringetje op de tong van je vrijwilliger en kijk goed naar de papillen met je vergrootglas onder fel licht. Tel de papillen die je in de cirkel ziet (tel alleen de grotere bultjes)

Herhaal de stappen hierboven voor alle proefpersonen. Schrijf van iedere vrijwilliger op hoeveel papillen je geteld hebt in de cirkel.

Zo werkt het:
Superproevers hebben meer dan 30 papillen in een rondje, niet-proevers hooguit 15 en de 'normale' proevers zitten er tussenin. Iedere papil kan je hersenen vertellen welke smaak je in je mond hebt. De signalen die ze doorgeven zijn: zoet, zout, zuur, bitter en umami. Die laatste is de smaak van hartig eten. Dat proef je vooral aan vlees.

Extra:
Nu je weet wie van je proefpersonen de meeste papillen heeft, kun je verder onderzoek doen. Neem verschillende soorten eten en laat de vrijwilligers geblinddoekt proeven. Raden de proevers met meer papillen het beter? Het werkt het beste als je het eten eerst prakt, zodat ze in hun mond niet kunnen voelen wat het is. Fruit werkt heel goed (aardbei en banaan zijn zoet, citroen en limoen zuur, grapefruit is bitter) maar je kunt natuurlijk vanalles proberen. Maakt het verschil als je verschillende dingen na elkaar proeft?
sommige dieren hebben van zichzelf al een blauwe tong